Hét innovatie event voor de bouw, installatie en vastgoed

11 t/m 13 april 2020

Hoe scoort u op duurzaamheid?

Hoe scoort u op duurzaamheid?

Duurzaamheid van grondstoffen in de bouw moet beoordeeld worden op procesniveau in plaats van op projectniveau. Dat is de centrale boodschap van VBI op Building Holland dit jaar. Dennis Duffels, hoofd sales en marketing van VBI, legt uit waarom.

“In toenemende mate komen we  tot het inzicht dat materiaalkeuzes ingrijpen op mens en milieu en dat hergebruik beter is dan vernietiging en bovendien  gradaties kent: van recycling van materialen, via hergebruik van onderdelen van de bouwconstructie, tot aan hergebruik van het gebouw als geheel. Dat samenspel tussen verschillende duurzaamheidsniveaus hebben we tastbaar gemaakt met de introductie van VBI GreenScore.”

Met het VBI GreenScore certificaat Bronze, Silver en Gold  dragen projecten substantieel bij aan vastgoed met toekomstwaarde, het opschalen van hergebruik van grondstoffen alsmede het reduceren van de totale CO2-emissie. Je kunt dit beschouwen op drie niveaus:

Design for flexibility

Een duurzaam gebouw kenmerkt zich door een lange levensduur. Bruikbaar en functioneel over een lange tijd betekent dat het gebouw flexibel aanpasbaar moet zijn aan de veranderende eisen van de toekomst. De vijf factoren: vrij indeelbare ruimte, overspanningen, plafondhoogte, draagvermogen en de gevel bepalen of een gebouw een functieverandering mogelijk maakt. VBI noemt deze ingebouwde toekomstwaarde Flexibel comfort.

Design for reassembly

Gebouwen zodanig ontwerpen dat de draagstructuren aan het eind van de levensduur remontabel zijn, biedt kansen voor hergebruik van de vloerelementen in nieuwe gebouwen. De keuze voor remontabel ontwerpen en bouwen is uit oogpunt van waardebehoud en de lage milieulast een grote stap voorwaarts.

Design for recycling

Binnen GreenScore kunt u kiezen voor een speciale set van grondstoffen waarmee de milieu-impact verder wordt verlaagd ten opzichte van de standaard kanaalplaatvloer. VBI reserveert het gekozen projectvolume secundaire grondstoffen, betongranulaat en/of CO2- arme grondstoffen exclusief in het contingent van het jaarlijkse volume dat VBI verwerkt. Het bewijs van toepassing vindt plaats middels een jaarlijks door de accountant gecontroleerde grondstoffenbalans. De verwerking en bewijslast wordt op procesniveau geborgd.

Zijn er dan niet voldoende secundaire grondstoffen in de markt?

Duffels legt uit: “Als je circulair wilt produceren, moet je op dat moment maar net over de materialen beschikken om dat te doen. Voor VBI als producent van kanaalplaatvloeren betekent dat dat het beton voor een project een bepaald percentage granulaat, secundaire toeslagmaterialen of CO2-arm cement moet bevatten om een bepaalde BREEAM-waardering te krijgen. Dat granulaat of secundair materiaal is echter niet altijd beschikbaar voor prefab. Veel gaat als funderingsmateriaal onder het wegennet. Bovendien kent de productie van een kanaalplaatvloer van nature al weinig restafval. Om toch aan de waardering Outstanding of Excellent te voldoen moet je secundair materiaal elders gaan halen en daardoor over lange afstand vervoeren wat natuurlijk funest is voor de CO2-footprint. Daarnaast is het productietechnisch niet eenvoudig om in een betonverwerkend bedrijf alle molens en productiesilo’s steeds opnieuw om te stellen, leeg te draaien, te voorzien van het circulaire mengsel en na afloop hetzelfde te doen voor gebruik van een ander mengsel.”

“We kunnen meer dan we doen”

Duffels vervolgt: “En zo dreigt een patstelling. De opdrachtgever vraagt om een duurzaam en circulair gebouw en de industrie – VBI, maar ook andere bedrijven – wil duurzaam produceren maar moet noodgedwongen vanwege de te geringe en niet-tijdige beschikbaarheid van circulaire grondstoffen en vanwege de productietechniek nee verkopen. Dat terwijl er in het Betonakkoord is afgesproken jaarljjks méér te zullen doen. Daarom pleit VBI voor een andere methodiek.  Op jaarbasis beschikken we namelijk wel over een bepaalde hoeveelheid circulaire en CO2-arme grondstoffen, alleen niet altijd op momenten dat een bepaald project speelt. Daarom roepen we de markt op om duurzaamheid op procesniveau te borgen. Zodoende kan op de meest efficiënte en effectieve manier  een substantiële ‘groene stap voorwaarts’ worden gemaakt. “

Zoals bij groene stroom?

“Dat is inderdaad een goede vergelijking. Onze GreenScore-certificaten garanderen dat we uit het  jaarlijks gereserveerde contingent secundair materiaal een bepaalde hoeveelheid toewijzen aan een specifiek project. Net als een consument die groene stroom afneemt is dan niet de actuele soort stroom maatgevend maar het aandeel duurzaam opgewekt binnen het totaal. Net als die stroomproducenten kunnen we nooit meer certificeren dan we aantoonbaar hebben ingekocht. Hiertoe laat VBI accountants van KPMG jaarlijks de grondstoffenbalans (inkoop en verwerking) beoordelen en goedkeuren. Daarnaast verklaren zij dat het verstrekte projectvolume en het aantal GreenScore certificaten in evenwicht is met het beschikbare contingent.”   

”Wat nu zou moeten  gebeuren”, legt Duffels uit, “is dat certificerende instanties zoals de BRE, en Dutch Green Building Council als Regional Scheme Operator,  deze methodiek gaan honoreren via hun beoordelingscriteria. Als zij dan bepaalde credits in het beoordelingsproces gaan verlenen op basis van deze methodiek ondersteunen zij de opschaalbaarheid van hoogwaardig hergebruik.”


permalink

Overig nieuws


Op de hoogte blijven?

Wilt u in aanloop naar Building Holland op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen
en informatie? Meld u dan aan voor de nieuwsbrief van Building Holland.

Inschrijven nieuwsbrief

Terug naar boven