Vitaal ouder worden in vitale omgeving

Lex van Delden spreekt op Building Holland over vitaal ouder worden. Het wordt geen verhaal over trapliften, drempelloos wonen, rollators en stangen langs de muur. Integendeel. “Allemaal verkeerde beeldvorming. Vraag aan senioren hoe zij willen wonen, en er komt iets heel anders uit. Overigens, blijf vooral traplopen. Daar blijf je fit van.”
Lex van Delden

Dr. Lex van Delden maakt sinds 2014 deel uit van de wetenschappelijke staf van Leyden Academy on vitality and Ageing. Hij werkt aan diverse projecten binnen de themagebieden van Leyden Academy met de nadruk op het speerpunt Vitaal. Lex leidt onderzoeks- en implementatieprojecten met betrekking tot een gezonde omgeving en hij adviseert over omgevingsaanpassingen die verleiden tot een gezondere leefstijl en meer sociale interactie, voor oud en voor jong.

Wordt er goed gebouwd voor ouderen?

“Het gaat om een andere vraag. Wordt er gebouwd in overleg met ouderen? Het antwoord op die vraag is vrijwel altijd ‘nee’. Als we nu seniorenwoningen bouwen laat dat zien hoe hulpverleners, gemeenten en architecten denken dat een seniorenwoning eruit moet zien. Wij – de maatschappij – weten beter hoe ouderen moeten wonen, dan zijzelf. Er zit een soort dwang achter. Het gevaar is dat je iets bouwt waarin ouderen helemaal niet willen wonen. In Amsterdam zijn in Houthaven seniorenwoningen onverkoopbaar omdat ze het predikaat ‘senioren’ dragen. Daar willen ouderen dus blijkbaar niet wonen. Ouderen hebben heel andere verlangens dan drempelloos, trapliften en rollatorvriendelijk.”

Welke verlangens hebben ze?

“Ouderen willen een relatie hebben met de buurt en de mensen die in die buurt wonen. Ze willen groen om zich heen, ze willen hun buren kennen, gezien worden en kunnen zien wat er om hen heen gebeurt. Binnenshuis willen ze kunnen zitten in hun vertrouwde stoel, met fotolijstjes om zich heen. Ik noem dit omdat dit emotievolle elementen zijn. Een drempelloos huis is emotieloos. Stangen aan de muur is emotieloos. Dit kan een keer noodzaak worden, maar ouderen associëren dit niet met prettig wonen.”

De buurt is dus belangrijk…

“Ja, daar willen ze blijven wonen. Mensen zeggen niet: ik wil een goede plek voor mijn rollator in huis, ze zeggen: ik wil naar het theater. Thuis moet je definiëren als ‘in de wijk’. In principe willen mensen blijven wonen in de woning waar ze al jaren wonen, maar als ze toch moeten verhuizen, dan in de eigen wijk. Dat is wel belangrijk om je dat te realiseren. Daar zul je je communicatie op moeten aanpassen. Het beleid om ouderen te stimuleren te verhuizen heeft natuurlijk alles te maken met het beleid van woningcorporaties om grote woningen vrij te maken voor gezinnen. Er is meer bekommernis met het gezin dan met de oudere.”

Wordt de mogelijkheid om te verhuizen positief gestimuleerd?

“Daar zit wel iets geks. Mensen die al dertig jaar in hetzelfde huis wonen, en worden aangemoedigd naar een drempelloze, gelijkvloerse woning te verhuizen, gaan door allerlei regelgeving ineens een stuk meer huur betalen. Minder voor meer. Ik zie ook voorbeelden van ouderen die een herenhuis kopen en dit in appartementen willen splitsen, ze lopen tegen allerlei juridische barrières aan. Als er serviceflats gebouwd worden, wordt er door gemeenten gekeken of er ergens nog een plek is aan de rand van de gemeente. Vreemd, want ouderen willen hun wijk helemaal niet verlaten.”

In welke mate speelt geld een rol?

“Ik begrijp wel dat gemeenten voor veel geld stukken grond verkopen aan projectontwikkelaars die daar dure woningen op zetten. Gevolg is dat ouderen hierdoor worden verbannen uit hun eigen wijk. Mijn pleidooi is: gemeente, luister als eerste naar de ouderen en luister niet naar de projectontwikkelaar die met een grote zak geld langskomt.” “De kosten die kunnen voortvloeien uit ‘ongelukkige’ ouderen buiten de eigen wijk zijn vele malen hoger dan de zak geld van de projectontwikkelaar. Deze extra kosten komen vervolgens weer op het bord van de zorgverzekeraar. En dat maakt het zo lastig. Alles is verkokerd, waardoor zicht op de totale kosten ontbreekt. Veel interessanter is de vraag hoe we dit gezamenlijk gaan oplossen. En dat is een gesprek met gemeente, ouderen, projectontwikkelaars en zorgverzekeraars samen.”

Los van verlangens, hebben ouderen zelf baanbrekende ideeën?

“Er zijn genoeg eigen initiatieven. De oplossingen zijn heel divers. Van traditioneel tot intergenerationeel wonen. Wat ga je met elkaar delen? De binnentuin of wordt het iets in de vorm van een studentenhuis met vijf of zes ouderen? De basisgedachte is altijd dezelfde: ik wil mijn eigen veilige plek, met mogelijkheden voor interactie met de rest van de wereld.”

Zijn ouderen nog voldoende strijdlustig om het gesprek aan te gaan?

“Er zijn voldoende geëngageerde mensen te vinden bij ouderenbonden en huurdersverenigingen. Probleem is hoe je de mensen daarachter bereikt. Een deel wil niet aan dat gesprek deelnemen, anderen weten weer niet hoe dat moet. De eerste groep moet die tweede groep erbij proberen te betrekken. Er zijn mogelijkheden genoeg voor dialoog, gesprek en inspraak. Ouderen mogen zelf ook wel wat activistischer zijn. De nieuwe generatie ouderen komt immers uit de jaren zestig. Uiteindelijk gaat het om de woorden co-design en co-creatie.” 

Scroll naar top