Zo bereken je het werkelijk gemeten energebruik

De klimaatdoelstellingen van Parijs zijn uitdagend te noemen. In 2050 gebruiken we alleen nog duurzame, hernieuwbare energie. Om dit te bereiken zal 2/3 energie bespaard moeten worden op de meter.

Om dit goed te kunnen berekenen moeten we (volgens de WEii methodiek) kijken naar het werkelijke gemeten energiegebruik en het gebruiksoppervlakte van het gebouw. Hiervoor hebben Dutch Green Building Council (DGBC) en TVVL een uniforme en objectieve methode ontwikkeld om de werkelijke energie intensiteit van een gebouw te beschrijven.

Het theoretische en werkelijk gemeten energiegebruik

DGBC en TVVL zien een groot verschil tussen het theoretische verbruik en het werkelijke gemeten verbruik van een gebouw. Het werkelijk gemeten energieverbruik heb je nodig om te meten of de klimaatdoelstellingen behaald worden. Voor woningen is het makkelijker om dit juist af te lezen, hier bestaan inmiddels verschillende apps voor. Het wordt een stuk lastiger wanneer het om utiliteitsgebouwen gaat. “De WEii methodiek is daarom een uniforme methode om te kijken of we op de goede manier bezig zijn aldus Martin Mooi, programmamanager bij DGBC

Waarom dit initiatief?

Zoals gezegd zien DGBC en TVVL een groot verschil tussen het theoretische en het werkelijke gemeten verbruik van een gebouw. Dit moet anders. Ook zorgt het initiatief voor een uniforme methodiek, op deze manier praten we met elkaar over dezelfde dingen én kunnen we alles ook naast een klassenindeling leggen. Last but not least: het is een simpele methode.

De WEii methode

De werkelijke energie intensiteit bereken je als volgt: WEii = E/A[kWh/m2]. Het energiegebruik van het gebouw gedeeld door het oppervlakte van het gebouw. De uitkomst van deze formule kun je naast de klassenindeling (per gebouwtype) leggen om zo te kijken hoe zuinig of onzuinig het gebouw is.

Kantoor WEii klassengrenzen  
  van Tot en met
Werkelijk Energieneutraal Gebouw (WENG)   0
Paris Proof gebouw   70
Zeer zuinig 70 100
Zuinig 100 150
Gemiddeld 150 230
Onzuinig 230 330
Zeer  onzuinig 330  

Klassenindeling per gebouwtype

 

Vind je dit interessant en mocht je hier meer over willen weten, bekijk dan de talk van Michiel van Bruggen en Martin Mooij hier.

Scroll naar top