'Duurzaamheid vinden we in verdichting’

In een tijdperk waarin we ervoor moeten waken dat groene gebieden behouden blijven, is verdichten het sleutelwoord. Toch kunnen we het daar niet bij laten, zegt Gideon Maasland van MVRDV. “We doen geen project meer zonder dat het gekoppeld is aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (SDG’s).” Maasland spreekt op Building Holland op dinsdag 2 november 20201 in RAI Amsterdam op Building Holland.

Gideon Maasland
Foto: © Otto Snoek

Je verzorgt een keynote tijdens Building Holland. Waar ga je het over hebben?

“Er is een grote vraag naar woningen. Ga je dan eindeloos het groene hart vol ‘vinexen’?
Heeft iedereen dan twee auto’s, gezien je anders nergens komt? Dat lijkt ons geen goed idee. Aan de andere kant kunnen we verdichten, maar ook daar bestaat de vraag: hoe dan? Ook in de stad willen mensen een tuin, maar op dit moment bouwen we dertig keer zo’n zelfde, gladde woontoren – palen, noem ik het – met balkons als vogelbakje, verschrikkingen die het zijn, of een loggia.”

 

“In die mismatch zitten we: wonen binnen of buiten de stad, wat twee totaal verschillende dingen zijn. Hoe kunnen we dat meer naar elkaar toe brengen? Hoe kun je mensen in een stad een terras geven waar ze met vrienden kunnen eten, of je kinderen laten spelen zonder het gevaar dat een vrachtwagen ze omver rijdt? Valley is daar een voorbeeld van: in de stad je eigen erf, je eigen plekje. Wat ik wil overbrengen, is dat duurzaamheid niet alleen in het bouwen van superenergiezuinige woningen met twee auto’s zit, maar juist ook in verdichting.”

De waarheid ligt in het midden, toch?

“De ene oplossing is niet beter dan de ander, alhoewel stapelen [in woontorens, red.] automatisch minder energieverlies betekent, maar dat is rommelen in de marge. Waar het om gaat, is dat woningen buiten de stad het groene hart opeten en je dwingen de auto te gebruiken. Ik woon zelf aan de rand van Rotterdam en ik kan alles met de fiets bereiken. Beter nog: met de auto zou ik niet sneller zijn. Zelfs al leven we binnenkort in een wereld zonder auto’s en werkt iedereen thuis, dan nog heb je het hele groene hart volgebouwd. Dat alleen al is geen goede actie. Met verdichten bedoel ik dan ook niet dat we op elke open plek in de stad een dikke toren moeten bouwen. Parken en andere groene ruimtes op maaiveldniveau kunnen prima, want er is nog zoveel ruimte. Bovendien, als we de hoogte ingaan, waarom kan dat groen dan niet mee? Waarom moet alles van staal en beton zijn?”

In feite stip je de volgende stap van verdichten aan: het dorpse gevoel naar de stad halen. Klopt dat?

“Dat is precies het gevoel dat ik mis in de stad: thuiskomen. Die palen in de stad zijn enorm introvert. Neem de lift: je stapt erin, weet niet of je iets moet zeggen en dus kijk je naar je schoenen of mobieltje. Je staat er en gaat weer weg. Wat nou als we gebouwen meer poreus en socialer bouwen? De structuur van dorpjes kun je ook de hoogte in trekken, van natuurlijke ventilatie tot een binnenplaatsje waar je op 50 meter hoog met elkaar aan woont. Dat is wel wat anders dan een donkere gang die leidt naar jouw privédomein.”

 

“In de stadsstructuur schuilt het verschil. Zo zien we in de stad overwegend veel jongeren die zoveel mogelijk geld willen verdienen en over drie jaar wellicht weer ergens anders wonen. Als je je dat beseft, waarom zou je dan communiceren met je buurvrouw? In een woonwijk gaat het er doorgaans anders aan toe; daar let je op elkaar. De van oudsher supersociale structuren ontbreken in de hedendaagse stad. Die proberen we weer terug te halen. Als mensen dichter bij elkaar wonen, worden bepaalde scenario’s meer levensvatbaar, zoals deelmobiliteit. In zo’n stadsstructuur is het namelijk helemaal niet meer zo vanzelfsprekend om een eigen auto te hebben. Daar zien we concepten als Mobility on Demand aan populariteit winnen.”

Shenzen
Foto: © ATCHAIN, MVRDV

Building Holland legt de nadruk op de energietransitie, circulariteit en slim & gezond als thema’s. Hoe kijk je daarnaar?

“Er is in een verdichte stad meer mogelijk op het vlak van energie. Hoe compacter, hoe meer je kunt doen, bijvoorbeeld met opwekking en energie-uitwisseling tussen gebouwen. Dat geldt ook voor circulariteit, daarvan is Valley een interessante blauwdruk. De gevel is van natuursteen en het is mogelijk om later de tegels eruit te halen en te hergebruiken. Dat betekent wel dat je een gebouw moet hebben met deze vorm, anders houd je veel stukjes over die je misschien niet meer opnieuw kunt inzetten. Circulariteit gaat een grote invloed krijgen op ons bouwen en ontwikkelen, maar we moeten loskomen van het praten en de handen uit de mouwen steken.”

 

“Uitdagend is dat de theorie nog niet altijd aansluit op de praktijk. Zo is het niet eenvoudig om bestaande gebouwen uit elkaar te halen, omdat er destijds geen rekening is gehouden met demontagewensen. Ook hebben we nog steeds te maken met producten die zich er niet voor lenen om hergebruikt te worden en die hoogstens terug naar de leverancier kunnen om gerecycled te worden. Dat is niet circulair.”

 

“Als we het dan over die definitie hebben: wat is dan wél circulair? Een volledig demontabel gebouw is misschien niet het ultieme doel. Kunnen we ons niet beter richten op het karakter en de flexibiliteit van gebouwen? Een project als Valley heeft een ziel en identiteit. We hopen dat mensen het gebouw omarmen en dat het gebouw honderd jaar blijft bestaan. Daarvoor moet men de kwaliteit ervan inzien en de structuur moet flexibel genoeg zijn om te kunnen veranderen. Neem flexibiliteit dus mee als fundament voor je ontwerp en zorg dat mensen zich verbonden voelen met het gebouw en het gebied.”

Welke voorbeelden vanuit MVRDV spreken je aan om deze thema’s in te vullen?

“Valley komt eigenlijk voort uit een geschiedenis van projecten. In het Spaanse Madrid hebben we eens een gesloten bouwblok op zijn kant gezet, zodat je binnenin op hoogte ruimte creëert. We hebben verschillende woongroepen gemaakt, waardoor je een diversiteit aan bewoners krijgt. Die mensen vullen elkaar aan en vormen samen een community. In Shenzhen, China, brachten we iets soortgelijks tot leven. De schaal was weliswaar groter, maar hier realiseerden we een gemixt programma met wonen, kantoren en hotel. Verschillende blokken stapelden we op elkaar, fungerend als een variatie aan buurten. Dat werkt, dus wees niet bang om die vernieuwende identiteit te claimen.”

 

“Om de woningnood in te vullen, moeten we geen kleine hokken gaan maken. Dat zou een tamelijk droevige bouwopgave worden. Niet iedereen hoeft een paleis aan ruimte te hebben, maar ga niet doorsnee kleine hokjes stapelen. In plaats van oog te hebben voor wat veilig en herkenbaar is, is het tijd om oog te krijgen voor woonkwaliteit. Maar er is zo veel vraag, dat je tegenwoordig sterk in je schoenen moet staan.”

Foto: © MVRDV

Hoe zorg je dan voor innovatie in woonvormen?

“We hebben meer voorbeelden nodig van hoe het wél kan. Toen het ontwerp van Valley werd gemaakt, kregen we te horen: ‘Dit wordt niks.’ Er is zelfs een prijswinnend essay geschreven over waarom dit initiatief ging falen. Toch zijn we ermee doorgegaan en is het exact zo gebouwd als we hadden bedacht. Het vraagt van een opdrachtgever dat hij anders denkt over zijn ontwikkeling en een visie heeft op de stad van de toekomst. Valley is misschien geen marktconform product, het staat er wel en ook commercieel is het een succes. Heb het lef om een eigen lijn te kiezen en ga voor die betere wereld.”

Wat zijn de ambities naar de toekomst toe, van MVRDV en van jou persoonlijk?

“We hebben prikkelende projecten nodig, ook pilots, die laten zien wat er mogelijk is. Daarin geven we transparantie en porositeit een plek, evenals flexibiliteit en karakter. Daarnaast willen we laten zien dat je met de huidige technieken meer kunt doen, voor dezelfde investering. Ook willen we ervoor zorgen dat het gebouw iets teruggeeft aan de omgeving en de menselijkheid erin terugbrengen.”

 

“Dat laatste kan overigens in elk soort opdracht worden ingebracht. Los van de thema’s die bij elk gebouw spelen. Zo willen wij in iedere ontwikkeling een verbinding maken met meerdere SDG’s, waarbij we per thema onderzoeken welke impact we kunnen maken. Vervolgens proberen we per pijler die impact zo hoog mogelijk te maken. We willen ruimte vormgeven en identiteit aan plekken geven, maar dan wel met een actieve bijdrage aan de omgeving.”

Scroll naar top